ECLI:NL:HR:2008:BC3305
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bij onrechtmatige daad en uitleg plaats schadebrengend feit onder EEX-Verordening
Zuid-Chemie heeft Philippo's gedagvaard wegens schade veroorzaakt door een met cadmium verontreinigde micromix, geleverd door Philippo's in Essen, België. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat de plaats van het schadebrengend feit Essen zou zijn, wat door het hof werd bekrachtigd. Zuid-Chemie stelde dat de schade in Sas van Gent ontstond bij verwerking tot kunstmest.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 5 lid 3 van Pro de EEX-Verordening, met name wat de plaats is waar het schadebrengend feit zich heeft voorgedaan: de plaats van de schadetoebrengende handeling of de plaats waar de initiële schade intreedt.
De Hoge Raad concludeerde dat deze vragen van uitleg niet eenduidig beantwoord kunnen worden en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Het geding werd geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
De zaak betreft de grens tussen de plaats van productie en levering van een ondeugdelijk product en de plaats waar de schade door het product daadwerkelijk optreedt, met belangrijke gevolgen voor de internationale bevoegdheid van Nederlandse rechtbanken.
Uitkomst: Hoge Raad schorst het geding en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de plaats van het schadebrengend feit in de EEX-Verordening.