ECLI:NL:HR:2008:BC4463
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke hulp bij zelfdoding en middelenverstrekking
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke hulp bij zelfdoding en het verschaffen van middelen aan [JvT], die in november 2003 zelfdoding pleegde.
Het hof stelde vast dat verdachte schriftelijk contact had met [JvT], haar informatie gaf over dodelijke medicijncombinaties en daadwerkelijk middelen ruilde: 80 tabletten Tranxene van [JvT] tegen 30 capsules Depronal van verdachte. Toxicologisch onderzoek toonde aan dat deze middelen in werkzame concentraties in het bloed van [JvT] waren aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat er geen causaal verband bestond tussen de hulp en de zelfdoding, mede omdat ademhalingsbelemmering een rol speelde en [JvT] na ontvangst van de medicijnen nog contact had met huisarts en psychiater. Dit verweer werd door het hof verworpen, dat oordeelde dat verdachte het voor [JvT] mogelijk of gemakkelijker had gemaakt zichzelf te doden en dat de zelfdoding daadwerkelijk had plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het hof had geen onjuiste rechtsopvatting gehanteerd en het bewijs was toereikend. De strafmaat was twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, wegens opzettelijke hulp bij zelfdoding en het verschaffen van middelen.