ECLI:NL:HR:2008:BC9861
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over partner- en kinderalimentatie wegens bewijsaanbod
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de vaststelling van partner- en kinderalimentatie na hun echtscheiding op 1 juni 2005. De man had verzocht om nihil-bijdrage, terwijl de vrouw een bijdrage eiste van € 550 per kind en € 1000 voor zichzelf. De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op € 416 per kind en wees de partneralimentatie af. Het hof Leeuwarden stelde de kinderalimentatie lager vast op € 279 per kind en bevestigde de afwijzing van partneralimentatie.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet had beslist op het bewijsaanbod van de vrouw om te bewijzen dat zij geen arbeid had verricht. Volgens de Hoge Raad is het schenden van art. 166 lid 1 Rv Pro, omdat de rechter verplicht is een beslissing te geven op een op juiste wijze gedaan bewijsaanbod.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof Leeuwarden en verwees de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten van de vrouw werden niet behandeld. De man was niet verschenen in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling vanwege het niet beslissen op een bewijsaanbod.