ECLI:NL:HR:2012:BU9884
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlanderschap op grond van bezit van staat ondanks foutieve buitenlandse geboorteakte
Deze zaak betreft een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van verweerster op grond van artikel 17 Rijkswet Pro op het Nederlanderschap (oud art. 4 lid 1 RWN Pro), waarbij de geboorteakte uit 1982 uit de Dominicaanse Republiek onjuist bleek te zijn. De akte vermeldde niet de biologische ouders, maar familieleden die volgens Dominicaans recht niet bevoegd waren de geboorte aan te geven. Een latere akte uit 1997 vermeldde een erkenning door een man die niet de biologische vader was, wat volgens Dominicaans recht niet rechtsgeldig is.
De rechtbank oordeelde dat verweerster bezit van staat heeft van erkend kind van deze man vanaf 11 april 1999, omdat zij vanaf haar vijftiende zijn achternaam droeg, door hem werd opgevoed en als zijn kind werd gezien in de Nederlandse samenleving. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van de Staat tegen deze vaststelling. Daarbij werd overwogen dat de foutieve geboorteakte uit 1982 geen rechtsgeldigheid bezit en dat bezit van staat ook kan worden aangenomen bij een in het buitenland opgemaakte akte.
De Hoge Raad verwierp tevens de klachten over de bewijslastverdeling en het begrip duurzaamheid van bezit van staat. Het oordeel van de rechtbank dat verweerster de Nederlandse nationaliteit bezit sinds 11 april 1999 blijft daarmee in stand. De Staat werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep van de Staat wordt verworpen; verweerster bezit sinds 11 april 1999 de Nederlandse nationaliteit op grond van bezit van staat.