ECLI:NL:HR:2008:BD3167
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-regeling bij buitenlandse aanwerving ondanks eerdere opleidingsovereenkomst in Nederland
Belanghebbende, een arts met Belgische nationaliteit, had eerder in Nederland gewerkt in het kader van een opleiding, maar werd later door Psychotherapeutisch Centrum A (PTC) vanuit het buitenland aangeworven. De Inspecteur wees een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling af, waarop belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en kende de regeling toe vanaf 1 februari 2005.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de eerdere arbeidsovereenkomst in het kader van een opleiding in Nederland buiten beschouwing moest blijven bij de beoordeling van de aanwerving vanuit het buitenland. De toetsing van de 30%-regeling moet plaatsvinden op het moment van de daadwerkelijke aanwerving vanuit het buitenland, niet op het moment van de eerdere opleidingsovereenkomst.
Daarnaast stelde belanghebbende incidenteel beroep in cassatie in vanwege het niet toekennen van een vergoeding voor de kosten van het bezwaar. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzoek toewijsbaar was en vernietigde het Hofs arrest voor zover het geen vergoeding toekende. De Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het principale beroep ongegrond, het incidentele beroep gegrond en wijst vergoeding van de bezwaarkosten toe.