ECLI:NL:HR:2008:BD3427
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef bij winkeldiefstal
Op 5 juni 2002 werd de aanvrager veroordeeld voor winkeldiefstal van onderbroeken uit een winkel te Lelystad. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef die later onregelmatigheden vertoonde. De aanvrager verzocht om herziening van het vonnis op grond van ernstige twijfels aan de betrouwbaarheid van deze geurproef.
De Hoge Raad overwoog dat geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen september 1997 en maart 2006 in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, waardoor het resultaat niet als betrouwbaar kan worden beschouwd. Dit kan een grond voor herziening zijn indien zonder dit bewijs de rechter niet tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen.
In deze zaak bleek echter uit het overige bewijsmateriaal, zoals getuigenverklaringen, spiegelconfrontatie en vondst van goederen, dat het bewezenverklaarde ook zonder het geurproefresultaat met voldoende aannemelijkheid kon worden vastgesteld. Daarom was er geen ernstig vermoeden dat de politierechter tot vrijspraak zou zijn gekomen.
De Hoge Raad wees het verzoek tot herziening af en bevestigde daarmee de veroordeling van de aanvrager voor winkeldiefstal. Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijswaardering en de voorwaarden waaronder een herzieningsverzoek op basis van onregelmatige geurproeven kan slagen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het bewezenverklaarde ook zonder het geurproefresultaat voldoende aannemelijk is.