ECLI:NL:PHR:2008:BG3853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens onregelmatigheden geuridentificatieproeven bij kerkinbraken
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een aanvrager die door het Gerechtshof Arnhem is veroordeeld voor meerdere diefstallen en pogingen daartoe in kerken, gepleegd in een korte periode in 2002. De veroordeling was mede gebaseerd op geuridentificatieproeven uitgevoerd met speurhonden, die de verdachte aan de misdrijven zouden koppelen.
De verdediging stelde dat de geurproeven onregelmatig waren uitgevoerd doordat de hondengeleiders vooraf op de hoogte waren van de sorteervolgorde van de geurdragers, wat in strijd is met het protocol en de betrouwbaarheid van de proeven ondermijnt. De Hoge Raad bevestigt dat geurproeven uitgevoerd door de Noord- en Oost Gelderland oefengroep tussen september 1997 en maart 2006 vermoedelijk onbetrouwbaar zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat voor feit 1, waarbij een getuige de verdachte herkende, het bewijs ook zonder geurproef voldoende is. Voor feiten 2 tot en met 6 echter ontbreekt ander bewijs dan de geurproeven, waardoor zonder deze proeven geen bewezenverklaring mogelijk zou zijn. Dit leidt tot een ernstig vermoeden dat de verdachte voor deze feiten anders zou zijn vrijgesproken.
De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek ongegrond voor feit 1, maar gegrond voor feiten 2 tot en met 6 en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling van deze feiten. De zaak benadrukt het belang van correcte uitvoering van geuridentificatieproeven en de impact van onregelmatigheden op bewijswaardering.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond voor feiten 2-6 wegens onbetrouwbaarheid geurproeven; zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.