ECLI:NL:HR:2008:BD3443
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef bij diefstalzaak
De aanvrager is veroordeeld voor meerdere diefstallen waarbij hij zich toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft heeft door braak en inklimming. Het herzieningsverzoek is gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006, onregelmatig was omdat de hondengeleider op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurbuisjes, wat de betrouwbaarheid van het bewijs zou ondermijnen.
De Hoge Raad overweegt dat indien het resultaat van een onregelmatige geuridentificatieproef als bewijs was gebruikt en zonder dat resultaat de rechter niet tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen, er een ernstig vermoeden zou bestaan dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn. In deze zaak blijkt echter uit de aanvulling op het arrest dat het resultaat van de geurproef niet als bewijs is gebruikt.
Daarom is geen sprake van een omstandigheid die herziening rechtvaardigt op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv. Het verzoek tot herziening wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Het arrest is gewezen door de vice-president Corstens en raadsheren Van Schendel en De Hullu op 10 juni 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het geurproefresultaat niet als bewijs is gebruikt en geen ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager anders vrijgesproken zou zijn.