ECLI:NL:HR:2008:BD4875
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat tijd onder elektronisch toezicht niet in mindering komt op gevangenisstraf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf voor afpersing, medeplegen van vrijheidsberoving, poging tot afpersing en verboden wapenbezit. De verdachte had gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis bijna negen maanden onder elektronisch toezicht gestaan.
De verdediging stelde dat deze periode onder elektronisch toezicht in mindering gebracht moest worden op de opgelegde gevangenisstraf. Het hof had dit niet gedaan, maar wel de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering gebracht.
De Hoge Raad stelt vast dat artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht verplicht tot aftrek van tijd in verzekering, voorlopige hechtenis, psychiatrisch ziekenhuis of detentie in het buitenland, maar niet voorziet in aftrek van tijd onder elektronisch toezicht. Wel staat het de rechter vrij om bij strafoplegging rekening te houden met die omstandigheid.
Het cassatieberoep faalt en de Hoge Raad bevestigt dat de tijd onder elektronisch toezicht niet in mindering gebracht hoeft te worden op de gevangenisstraf. De opgelegde straf van vijftien maanden blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de tijd onder elektronisch toezicht niet in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf van vijftien maanden.