Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.De middelen van cassatie
4.Het eerste en tweede middel
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2022, pagina 1 e.v., voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] :
hof:de verdachte] stopt [slachtoffer] weer toe en controleert nogmaals [slachtoffer] zijn saturatie. Als [verdachte] weer de slaapkamer inloopt heeft zij een mobiele telefoon vast waar zij kennelijk een foto neemt van de waardes weergegeven op de meter.
i)of de gedragingen van de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood in het leven roept en
ii)of de verdachte die kans bewust heeft aanvaard, telkens de uit de bewijsmiddelen blijkende aard van deze gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht in aanmerking genomen. Gelet op hetgeen onder 4.5 is vooropgesteld, geeft dit geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het daarop volgende oordeel dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden met haar gedragingen bewust de aanmerkelijke (en dus reële) kans heeft aanvaard dat haar zoon aan de gevolgen van de door haar toegediende combinatie van medicatie zou overlijden, acht ik – mede gelet op de toelichting die het hof daarbij heeft gegeven – niet onbegrijpelijk.
5.Het derde middel
6.Het vierde middel
beperkingals bedoeld in art. 2 van Pro het Vierde Protocol bij het EVRM. [11]
deprivation of liberty(curs. D.P.) within the meaning of Article 5 of the Convention’ en dat er in die zaak ‘geen aanleiding’ was om af te wijken van zijn rechtspraak, waarbij het EHRM relevant achtte dat de nationale wetgeving huisarrest ook zag als vrijheidsbeneming. Eenzelfde redenering volgde het EHRM in de zaak Süveges tegen Hongarije, waarin het overwoog dat het niet in het geding is dat het huisarrest neerkwam op vrijheidsbeneming en het hof geen reden heeft om daarover anders te oordelen. [14] In Nikolova tegen Bulgarije werd de verdachte uit de voorlopige hechtenis vrijgelaten en onder huisarrest geplaatst. Het huisarrest in Bulgarije is volgens de wettelijke regeling aldaar een vorm van detentie. [15]
voortzettingvan de voorlopige hechtenis. Dat was ook het geval in de zaak Buzadji tegen Moldavië, in welke zaak het EHRM relevant achtte dat de nationale wetgeving huisarrest ook zag als vrijheidsbeneming. In Nikolova tegen Bulgarije werd de voorlopige hechtenis ‘omgezet’ in huisarrest. [17]
beperking. De Hoge Raad lijkt er in zijn arrest ook vanuit te gaan dat een locatiegebod als bijzondere voorwaarde op basis waarvan de veroordeelde op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig moet zijn op zijn verblijfsadres, vrijheids
beperkingoplevert.
schorsingvan de verdachte uit de voorlopige hechtenis
onder de voorwaardedat zij thuis verblijft. Naar aanleiding van een verzoek van de verdediging om schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de rechtbank daartoe beslist. Aan dat verzoek lag (kortgezegd) ten grondslag dat de verdachte in detentie niet de zorg kan krijgen die zij nodig heeft. Daarbij heeft de verdediging zelf geopperd om de voorlopige hechtenis te schorsen, mogelijk onder strikte voorwaarden, ‘zoals bijvoorbeeld huisarrest’.