ECLI:NL:HR:2008:BD5019
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste vermelding afwijkend adres in appelakte
De Hoge Raad heeft op 24 juni 2008 het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 oktober 2006 vernietigd. De zaak betrof een hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de Politierechter wegens een overtreding van de Opiumwet. Centrale vraag was of de appeldagvaarding rechtsgeldig was betekend, mede gezien de adresgegevens die bij het instellen van het hoger beroep waren opgegeven.
Uit de stukken bleek dat verdachte naast zijn GBA-adres een afwijkend postadres had opgegeven, maar dat dit afwijkende adres niet in de akte van het instellen van het rechtsmiddel was vermeld, terwijl een memobriefje op de appelakte dit vermoeden ondersteunde. Volgens de Hoge Raad is het van belang dat een afwijkend adres in de akte wordt vermeld, omdat op grond van de wet een afschrift van de dagvaarding aan dat adres moet worden gezonden.
Het Hof had het arrest gehandhaafd zonder dit vermoeden te ontzenuwen, waardoor het arrest niet in stand kon blijven. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De uitspraak benadrukt de taak van de griffie om bij het instellen van een rechtsmiddel uitdrukkelijk navraag te doen naar actuele adresgegevens van de verdachte.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste adresvermelding in de appelakte.