ECLI:NL:HR:2008:BD7598

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/059HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vertegenwoordigingsbevoegdheid bij contractsovername aansprakelijkheidsverzekering

In deze zaak vorderde HDI betaling van een verzekeringspremie van Multiclima International B.V. en Multiclima Techniek B.V. (Multiclima c.s.). Na een verstekvonnis en verzet werd de vordering aanvankelijk afgewezen door de rechtbank. HDI stelde hoger beroep in, waarbij het gerechtshof het vonnis van de rechtbank vernietigde en de vordering alsnog toewijst.

Multiclima c.s. stelde vervolgens cassatieberoep in tegen de arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. De beslissing is gebaseerd op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelt Multiclima c.s. in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van HDI nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Multiclima c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

26 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/059HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. MULTICLIMA INTERNATIONAL B.V.,
2. MULTICLIMA TECHNIEK B.V.,
beide gevestigd te Enschede,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
HANNOVER INTERNATIONAL INSURANCE (NEDERLAND) N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Multiclima c.s. en HDI.
1. Het geding in feitelijke instanties
HDI heeft bij exploot van 7 juni 2004 Multiclima c.s. gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gevorderd, kort gezegd, Multiclima c.s. te veroordelen om aan HDI te betalen een bedrag van € 14.446,34 in verband met een verschuldigde verzekeringspremie, met rente en kosten.
Bij verstekvonnis van 30 juni 2004 heeft de rechtbank het gevorderde toegewezen.
Multiclima c.s. zijn tegen dit vonnis in verzet gekomen en hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 27 oktober 2004 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 1 juni 2005 de vordering afgewezen. Tegen de vonnissen van 27 oktober 2004 en 1 juni 2005 heeft HDI hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem en haar eis vermeerderd met € 6.750,--.
Het hof heeft bij tussenarrest van 4 april 2006 HDI niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep van het tussen partijen gewezen vonnis van 27 oktober 2004 en iedere verdere beslissing aangehouden.
Bij eindarrest van 29 augustus 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 1 juni 2005 vernietigd en de vordering alsnog toegewezen.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben Multiclima c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen HDI is verstek verleend.
De zaak is voor Multiclima c.s. toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Multiclima c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HDI begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 september 2008.