ECLI:NL:HR:2008:BE9754
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens ontbreken van geldige middelen
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De schriftuur die namens de verdachte is ingediend, voldoet niet aan de vereisten van een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of het verzuim van een vormvoorschrift. De Hoge Raad oordeelt dat in cassatie niet kan worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd.
Daarnaast is de schriftuur niet tijdig ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd.
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en laat het arrest van het Gerechtshof in stand. Mr. Thomassen was niet in staat het arrest te ondertekenen, maar dit heeft geen invloed op de uitspraak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige middelen en niet-tijdige indiening.