ECLI:NL:HR:2008:BE9754

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01354/07 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 13 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens ontbreken van geldige middelen

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De schriftuur die namens de verdachte is ingediend, voldoet niet aan de vereisten van een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of het verzuim van een vormvoorschrift. De Hoge Raad oordeelt dat in cassatie niet kan worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd.

Daarnaast is de schriftuur niet tijdig ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd.

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en laat het arrest van het Gerechtshof in stand. Mr. Thomassen was niet in staat het arrest te ondertekenen, maar dit heeft geen invloed op de uitspraak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige middelen en niet-tijdige indiening.

Uitspraak

28 oktober 2008
Strafkamer
nr. S 01354/07 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, Economische Kamer, van 30 november 2006, nummer 24/000793-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. In cassatie kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd.
2.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 oktober 2008.
Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.