ECLI:NL:HR:2008:BE9819
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM ondanks ne bis in idem met bestuurlijke boete
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege het ne bis in idem-beginsel, omdat de verdachte reeds een bestuurlijke boete had gekregen voor dezelfde feiten. Het hof had dit verweer verworpen en de vervolging toegestaan.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het verweer van niet-ontvankelijkheid had afgewezen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, stellende dat de strekking en het doel van de bestuurlijke boete en de strafrechtelijke vervolging uiteenlopen, waardoor het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is.
De Hoge Raad volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef de strafrechtelijke vervolging in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 30 september 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het Openbaar Ministerie niet niet-ontvankelijk is ondanks de bestuurlijke boete.