ECLI:NL:HR:2008:BF0563
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Aftrek voorarrest bij combinatie onvoorwaardelijke taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
Het hof had nagelaten de tijd die de verdachte in voorarrest (verzekering en voorlopige hechtenis) had doorgebracht af te trekken van de taakstraf, zoals vereist op grond van artikel 27, eerste lid, Sr. Ook had het hof niet de maatstaf bepaald voor deze aftrek, hetgeen strijdig was met de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR NJ 1997, 408).
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het de taakstraf en de vervangende hechtenis betreft en bepaalde dat voor elke dag voorarrest twee uren van de taakstraf afgetrokken moeten worden. De taakstraf werd verminderd tot 216 uren en de vervangende hechtenis tot 108 dagen. Verder werd het beroep voor het overige verworpen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 28 oktober 2008.
Uitkomst: De taakstraf werd verminderd tot 216 uren en de vervangende hechtenis tot 108 dagen met aftrek van voorarresttijd.