ECLI:NL:HR:2008:BF1042
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Begroting van schade bij wanprestatie van een gebrekkig plezierjacht
In deze zaak kocht eiser in 2001 een nieuw motorjacht van verweerster. Kort na levering traden diverse gebreken op, waaronder olielekkage en niet goed functionerende onderdelen. Eiser vorderde schadevergoeding wegens verminderde gebruiksmogelijkheden en gemaakte kosten.
De rechtbank wees de vordering grotendeels af, het hof bekrachtigde dit deels maar veroordeelde eiser tot een beperkte betaling. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
De Hoge Raad overweegt dat verminderd genot van een gekochte zaak van korte duur niet altijd schade oplevert die voor vergoeding in aanmerking komt. Ook stelt de Hoge Raad dat kosten gemaakt voor onderzoek van gebreken wel vergoed kunnen worden. Het oordeel van het hof dat het verminderde gebruik geen vergoeding rechtvaardigt, wordt grotendeels bevestigd, behalve voor de kosten van de deskundige Petermann.
De zaak betreft de uitleg van het beginsel dat gemis van onstoffelijk voordeel bij schadebegroting als vermogensschade moet worden aangemerkt en dat de waarde van het gemiste voordeel in principe gelijk is aan de gemaakte uitgaven die hun doel hebben gemist, tenzij onredelijk. De Hoge Raad benadrukt dat het niet volledig functioneren van een zaak direct na aankoop en de duur van het verminderde gebruik bepalend zijn voor de vergoeding.
De Hoge Raad compenseert de kosten van het cassatiegeding en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de vergoeding van de deskundigenkosten betreft; de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.