ECLI:NL:HR:2008:BF1886
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg art. 34 EEX-Verordening en tenuitvoerlegging buitenlandse vonnissen in internationaal wegvervoer
In deze zaak staat centraal de vraag of een Duitse rechterlijke beslissing in een internationale wegvervoerzaak uitvoerbaar kan worden verklaard in Nederland, ondanks een lopende procedure tussen deels dezelfde partijen in Nederland. De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens diefstal van goederen tijdens vervoer van Rotterdam naar Duitsland.
De voorzieningenrechter in Rotterdam verklaarde de Duitse beslissing uitvoerbaar, waarna KLG hiertegen verzet instelde op grond van art. 34, aanhef en onder 3, EEX-Verordening, stellende dat sprake was van lopende procedure tussen dezelfde partijen. De rechtbank verwierp dit verweer, oordeelde dat de partijen in beide procedures niet identiek en onlosmakelijk verbonden waren en dat de Rotterdamse procedure geen betrekking had op de door K-Line betaalde douanerechten.
De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van het begrip 'dezelfde partijen' in art. 34 EEX Pro-Verordening, de vereisten voor toepassing van deze weigeringsgrond en de verhouding tot art. 31 lid 2 CMR Pro. De Hoge Raad schorst het geding en wacht de uitspraak van het HvJ EU af voordat verder te beslissen.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitleg over de toepassing van art. 34 EEX-Verordening.