ECLI:NL:HR:2008:BG2244
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank als effecten-intermediair bevestigd in cassatie
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van ABN AMRO Bank als effecten-intermediair centraal. Eiser had eerder beroep ingesteld tegen een tussenarrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat door de Hoge Raad op 24 september 2004 was verworpen. Na benoeming van drie deskundigen en het stellen van vragen aan hen, heeft het hof bij eindarrest van 9 januari 2007 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en de gewijzigde eis van eiser afgewezen.
Eiser stelde hiertegen beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte eveneens tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat ABN AMRO niet aansprakelijk is als effecten-intermediair in deze zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.