ECLI:NL:HR:2004:AP2609
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over bankvordering en schadevergoeding
In deze civiele zaak vorderde de bank betaling van een aanzienlijk bedrag van eiser, welke eiser betwistte en zelf reconventionele vorderingen tot schadevergoeding en wanprestatie tegen de bank instelde. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling aan de bank en wees zijn reconventionele vorderingen af. Eiser ging in hoger beroep en wijzigde zijn eis in reconventie, maar het hof verklaarde het verzet van de bank tegen deze wijziging ongegrond.
Het hof verwees de zaak voor nadere uitlatingen van partijen en gaf partijen de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen voordat het eindarrest werd gewezen. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van eiser tot betaling aan de bank.