ECLI:NL:HR:2008:BG3828
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen oproeping rechter-commissaris in faillissementsprocedure
Bij vonnis van 28 november 2007 werd het faillissement uitgesproken van een besloten vennootschap met benoeming van een rechter-commissaris en curator. De griffier riep verzoeker op om te verschijnen voor een verhoor bij de rechter-commissaris. Verzoeker stelde beroep in tegen deze oproeping en verzocht vernietiging van de beschikking of opschorting van het verhoor.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Verzoeker ging in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat de oproeping door de griffier namens de rechter-commissaris geen beschikking is waartegen beroep openstaat op grond van artikel 67 Faillissementswet Pro in samenhang met artikel 81 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
De klachten van verzoeker konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de oproeping.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat tegen de oproeping door de griffier namens de rechter-commissaris geen beroep openstaat.