ECLI:NL:HR:2008:BG4432
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij vernieling schuurdeurruit en verwerpt cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over bedreiging en vernieling op 14 oktober 2005 in Almere. Verdachte werd onder meer verweten dat hij met een honkbalknuppel dreigend handelde richting het slachtoffer en dat hij een ruit van een schuurdeur vernielde.
Het hof verklaarde verdachte schuldig aan bedreiging en vernieling, waarbij het vernielen van de ruit werd toegerekend op basis van voorwaardelijk opzet. Verdachte stelde dat de ruit per ongeluk stukging door een duw- en trekactie met het slachtoffer, maar het hof achtte bewezen dat verdachte zich bewust blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat de ruit zou breken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist of onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de betrouwbaarheid van verklaringen en de bewijsmiddelen. Het cassatiemiddel dat het hof onvoldoende motivering gaf voor het oordeel over opzet faalt. De Hoge Raad bevestigt dat het gebruik van de verklaring van verdachte dat de ruit per ongeluk stukging niet in strijd is met het oordeel over voorwaardelijk opzet.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over voorwaardelijk opzet bij vernieling.