ECLI:NL:PHR:2011:BP0294
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest gewoontewitwassen wegens onvoldoende motivering over voorhanden hebben en actieve handeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte veroordeeld werd voor medeplegen van het onjuist doen van belastingaangiften en gewoontewitwassen. Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met anderen onjuiste aangiften omzetbelasting had gedaan en geldbedragen voorhanden had die afkomstig waren uit fiscale delicten.
De Procureur-Generaal betoogde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het begrip 'voorhanden hebben' ruimer moest worden uitgelegd dan het moment waarop de Belastingdienst daadwerkelijk betalingen verrichtte. Tevens stelde hij dat het hof niet had gereageerd op het standpunt dat gewoontewitwassen een actieve handeling vereist, terwijl het enkel ontvangen van betalingen door de belastingdienst niet als zodanig kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof tekort was geschoten in zijn motivering en daarom het arrest vernietigde. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het feitelijk en juridisch kader, met name ten aanzien van het bestanddeel gewoontewitwassen en de strafoplegging. Andere klachten werden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van gewoontewitwassen en strafoplegging.