ECLI:NL:HR:2009:BD5481
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid emigratieheffing voor aanmerkelijkbelanghouders
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd vanwege een vervreemding van 100% van de aandelen in een Nederlandse vennootschap. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht of de emigratieheffing in strijd was met het belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten of het EG-Verdrag. De Raad oordeelde dat de heffing een maatregel is die ingrijpt in de vrijheid van vestiging zoals bedoeld in artikel 43 EG Pro, maar dat toetsing aan artikel 56 EG Pro niet aan de orde is. Tevens werd geoordeeld dat de heffing niet in strijd is met het belastingverdrag, omdat het voordeel wordt toegerekend aan de periode dat belanghebbende binnenlands belastingplichtige was.
De Hoge Raad verwierp de bezwaren van belanghebbende en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd het oordeel van het Hof bevestigd dat de emigratieheffing rechtmatig is en niet in strijd met internationale verdragen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de emigratieheffing bevestigd als rechtmatig.