ECLI:NL:GHARN:2006:AZ2709
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. de Kroon
- Van Amsterdam
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van conserverende aanslag inkomstenbelasting bij emigratie naar Verenigde Staten
Belanghebbende emigreerde per 1 mei 1999 naar de Verenigde Staten en werd geconfronteerd met een conserverende aanslag inkomstenbelasting over een fictieve vervreemding van aandelen in een Nederlandse BV. De aanslag betrof een winst uit aanmerkelijk belang die werd belast op grond van artikel 20a van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende voerde aan dat deze aanslag in strijd was met het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten en met artikel 56 van Pro het EG-Verdrag, dat beperkingen op kapitaalverkeer verbiedt. Het Hof oordeelde dat de aanslag niet leidt tot daadwerkelijke belastingheffing zolang de aandelen niet daadwerkelijk worden verkocht binnen tien jaar na emigratie, en dat het belastingverdrag een vijfjaarvoorbehoud bevat ten gunste van Nederland.
Verder stelde het Hof vast dat er geen sprake is van grensoverschrijdend kapitaalverkeer, omdat enkel de woonplaats van belanghebbende wijzigde en de aandelen in Nederland bleven geregistreerd. Het EG-Verdrag is niet van toepassing op relaties tussen lidstaten en derde landen zoals de Verenigde Staten.
Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Verzoeken om schadevergoeding en kostenvergoeding werden afgewezen omdat geen onrechtmatige daad was vastgesteld. Het Hof benadrukte dat uitstel van betaling en zekerheidstelling via een bankgarantie mogelijk is en dat dit onderwerp een aparte rechtsgang kent.
Uitkomst: Het Gerechtshof handhaaft de conserverende aanslag inkomstenbelasting over 1999 en verklaart het beroep ongegrond.