ECLI:NL:PHR:2009:BD5481
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over emigratieheffing aanmerkelijkbelanghouders en verdragsrecht
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse emigratieheffing voor aanmerkelijkbelanghouders in strijd is met het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten en met het EG-Verdrag. De belanghebbende was in 1999 geëmigreerd naar de VS en werd geconfronteerd met een fictieve vervreemding van haar aandelen in een Nederlandse BV, waardoor zij belasting moest betalen over de winst uit aanmerkelijk belang.
Het Hof Arnhem had geoordeeld dat de vervreemdingsfictie niet in strijd is met het belastingverdrag met de VS en dat de verlegging van woonplaats naar de VS geen kapitaalverkeer in de zin van art. 56 EG Pro-Verdrag oplevert. De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Procureur-Generaal concludeerde dat de Nederlandse conserverende aanslag niet in strijd is met het belastingverdrag met de VS, mede gelet op de goede verdragstrouw en de parlementaire geschiedenis. Tevens werd overwogen dat de verlegging van woonplaats naar een derde land zoals de VS niet automatisch kapitaalverkeer inhoudt in de zin van art. 56 EG Pro-Verdrag, en dat zelfs indien dit het geval zou zijn, de beperking gerechtvaardigd is vanwege de territoriale fiscale coherentie.
Verder werd besproken dat de eis van zekerheidstelling voor uitstel van betaling formele rechtskracht heeft gekregen omdat de belanghebbende de beschikking niet heeft aangevochten. De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het Hof en wijst de cassatie af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse emigratieheffing niet in strijd is met het belastingverdrag met de VS noch met het EG-Verdrag en wijst het cassatieberoep af.