ECLI:NL:HR:2009:BD5516
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toewijsbaarheid van enquêteverzoek tegen failliete vennootschap KPNQwest
In deze zaak heeft de ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij de failliete vennootschap KPNQwest over de periode tot haar surseance van betaling. Verzoekers, waaronder Qwest B.V. en VEB, hadden een enquêteverzoek ingediend om mogelijke misleiding en wanbeleid te onderzoeken.
De ondernemingskamer oordeelde dat er gegronde redenen zijn om aan het beleid van KPNQwest te twijfelen en wees het verzoek toe, ondanks het faillissement van de vennootschap. Qwest c.s. stelde in cassatie dat een enquête niet kan worden bevolen met het uitsluitend doel van openheid of tegen een failliete vennootschap, en dat het ontbreken van financiële middelen tot afwijzing moet leiden.
De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde zijn vaste rechtspraak dat een enquête ook kan worden bevolen bij failliete vennootschappen en dat de ondernemingskamer een ruime discretionaire bevoegdheid heeft om belangen af te wegen. De praktische uitvoerbaarheid van het onderzoek is geen absolute voorwaarde voor toewijzing. Het beroep werd verworpen en Qwest c.s. werden veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het enquêteverzoek tegen de failliete vennootschap KPNQwest wordt bevestigd.