ECLI:NL:HR:2009:BF1043
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering schenking voortzetting maatschap melkveehouderij
Belanghebbende oefende tot 30 april 2000 samen met haar ouders een melkveehouderijbedrijf uit in maatschap. Bij ontbinding van de maatschap nam zij de onderneming voort met toepassing van een voortzettingsbeding en nam zij de vennootschappelijke en buitenvennootschappelijke zaken van haar ouders over.
De onroerende zaken werden gewaardeerd op verpachte waarde, het melkquotum en mestquotum op boekwaarde. Bij de aangifte schenking stelde belanghebbende dat geen schenkingsrecht verschuldigd was, maar de Inspecteur legde een aanslag op. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat sprake was van een schenking omdat de waardering lager was dan de economische waarde, wat een bevoordeling opleverde.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte artikel 21 Successiewet Pro gebruikte voor de waardering en dat volgens eerdere jurisprudentie waardering lager dan economische waarde ter voortzetting van het bedrijf niet als schenking mag worden aangemerkt. Omdat de Inspecteur niet heeft weersproken dat de overnamesom het voortzetten van het bedrijf mogelijk maakte, vernietigt de Hoge Raad het arrest en de aanslag.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat en Inspecteur in de proceskosten en wijst de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de aanslag schenkingsrecht wegens onjuiste waardering en wijst de Staat aan als partij die de proceskosten moet vergoeden.