ECLI:NL:HR:2004:AN8287
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bindend advies en optieuitoefening bij ING Bank
De zaak betreft een geschil tussen eiser en ING Bank over de uitvoering van een opdracht tot uitoefening van opties op aandelen Hoogovens in april 1997. Eiser stelde dat de bank tekortgeschoten was door de opties niet tijdig uit te oefenen, ondanks een besproken financieringsconstructie.
De Klachtencommissie Beursbedrijf wees de klacht van eiser af in een bindend advies, waarbij werd geoordeeld dat de bank gerechtvaardigd handelde omdat eiser niet tijdig de benodigde middelen beschikbaar had gesteld. Eiser vernietigde dit bindend advies en vorderde bij de rechtbank vernietiging van het advies en schadevergoeding.
De rechtbank stond eiser toe zich uit te laten over een tussenvonnis, waarna het hof Amsterdam het vonnis van de rechtbank vernietigde en de vorderingen van eiser afwees. Eiser stelde beroep in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bindend advies de essentiële stelling van eiser, dat een afwijkende afspraak was gemaakt over de timing van de financiering en optieuitoefening, toch zou omvatten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak terug wegens onvoldoende motivering bindend advies.