ECLI:NL:HR:2009:BG7756
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strafbaarheid van uitlokking hulp bij zelfbevrijding en vermindering straf
In deze cassatiezaak stond de vraag centraal of het uitlokken van hulp bij eigen zelfbevrijding strafbaar is op grond van artikel 191 Sr Pro. De verdachte werd ervan beschuldigd een ander te hebben uitgelokt om een wapen binnen te brengen in een huis van bewaring, teneinde hulp te verlenen bij diens zelfbevrijding.
De Hoge Raad oordeelde dat het niet vereist is dat de zelfbevrijding daadwerkelijk slaagt; het voltooien van de behulpzaamheid is voldoende voor strafbaarheid. Tevens werd bevestigd dat het uitlokken van hulp bij zelfbevrijding wel strafbaar is, ondanks dat zelfbevrijding als zodanig niet strafbaar is volgens de wetsgeschiedenis.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf werd verminderd van tien jaar naar negen jaar en negen maanden. De overige middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd naar negen jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, terwijl de strafbaarheid van uitlokking hulp bij zelfbevrijding werd bevestigd.