ECLI:NL:HR:2009:BG8781
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding bij overlijden: vergoeding van derving levensonderhoud en zorgtaken
De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding door de weduwe en haar minderjarige dochter na het overlijden van de echtgenoot als gevolg van een bedrijfsongeval waarvoor de werkgever aansprakelijkheid erkende.
De centrale vraag was of bij de berekening van de schadevergoeding op grond van art. 6:108 lid 1 BW Pro rekening moet worden gehouden met het feit dat de weduwe minder is gaan werken om zorgtaken over te nemen, waardoor haar arbeidsinkomen is gedaald. De werkgever betwistte dat deze inkomensderving voor vergoeding in aanmerking komt.
De kantonrechter wees de vordering af, stellende dat de keuze van de weduwe om minder te gaan werken haar eigen keuze was. Het hof vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug met de instructie om de schade te berekenen met inachtneming van de zorgtaken.
De Hoge Raad bevestigde dat de schadevergoeding niet alleen uit financiële bijdragen van de overledene bestaat, maar ook uit de waarde van de zorgtaken die de overledene verrichtte. Indien de nabestaande door het overlijden minder gaat werken om deze taken over te nemen, moet de inkomensderving volledig worden betrokken bij de schadeberekening.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Philip Morris en veroordeelde hen in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Philip Morris wordt verworpen, waarbij bevestigd wordt dat inkomensderving door overname van zorgtaken moet worden vergoed.