Conclusie
Nummer20/02280
Inleiding
Het eerste middel
eerste middelbehelst een aantal deelklachten ten aanzien van het gebruik van de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] .
het hof begrijpt: [slachtoffer]) wat er was gebeurd. Wij, verbalisanten, hoorden dat hij zei dat hij ontvoerd was uit [plaats] .
het hof begrijpt: [verdachte]) stond voor de deur. Hij was aan het werk en hij was bijna leeg. Het ging om coke. We lopen naar buiten. We namen de hond mee. Ik pakte de sleutels van mijn auto en we gingen naar de kelder. We stappen in en we gingen richting Leiden . Ik reed in mijn blauwe BMW 325i station met kenteken [kenteken 2] .
het hof begrijpt: [slachtoffer]) woont. Dat is bij zijn huis. We gingen echt naar [slachtoffer] . Ik zocht hem. Ik wilde hem hebben. Dat was voor handel. Ik ontmoette [slachtoffer] op de weg. [slachtoffer] was met de auto. [slachtoffer] ging bij mij voorin zitten en [verdachte] achter [slachtoffer] . We gingen rijden. [slachtoffer] had ongeveer 20 minuten, want hij moest daarna zijn vrouw ophalen bij Schiphol.
Camera nood rechts
toevoeging hof: 03-09-2014, zoals vermeld op een screenshot van de camerabeelden, p. 666) Rechts boven komt een gestalte in beeld, onder de één na laatste lantaarnpaal witte stip, dat is een gestalte, komende uit het park.
Camera: Galerij 1e links
Camera: Galerij 1e links
Camera nood rechts
Camera: Galerij 1e links
Camera: Galerij 1e rechts
Camera nood rechts
Verdachte
Wat klopt precies?
Onderzoek aangetroffen T-shirt en pet
DNA-onderzoek
Resultaten, interpretatie en conclusie
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek
Shirt uit omgeving PD
vrijwel zekere relatieaangetoond met een schietproces.
Conclusie
Relatie met een schietproces
vrijwel zekere relatieaangetoond tussen de mouwen van het shirt [AAGX4393NL] uit de omgeving van de PD en een schietproces.
Onderzoek omgeving plaats delict.
Onderzoeken aan het NFI
DNA-onderzoek
Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek
zijn zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is, waarbij:
iets waarschijnlijkerwanneer hypothese VG1 waar is, dan wanneer hypothese VG2 waar is.
extreem veel waarschijnlijkerwanneer
hypothese 1waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
0 meter-punt.
0 meter-punt.
Het standpunt van de advocaat-generaal
Het tweede middel
tweede middelbehelst de klacht dat ’s hofs oordeel dat sprake is van een door de verdachte als medepleger gepleegde opzettelijke en wederrechtelijk vrijheidsberoving van [slachtoffer] blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
Het standpunt van de advocaat-generaal
Het derde middel
derde middelbehelst een tweetal klachten ten aanzien van de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] vanwege immateriële schade en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in zoverre en de aanvangsdatum van de wettelijke rente van de materiële schade.
NJ2007/223 had de benadeelde partij aangevoerd dat de shocktoestand en angsten van de moeder van het slachtoffer zouden uitmonden in medische hulp. Over de toestand van de benadeelde partij was een medische verklaring van een huisarts overlegd, zonder dat die verklaring melding maakte van een verwijzing naar een psycholoog of een psychiater. Het hof wees de vergoeding voor shockschade toe, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende blijk had gegeven te hebben onderzocht of was voldaan aan het vereiste dat “het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld”. In de zaak die leidde tot HR 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5624,
NJ2007/413 was namens de benadeelde partij, de vader van het slachtoffer, aangevoerd dat de confrontatie van het aantreffen van zijn dochter, badend in het bloed en door ongeveer 37 messteken om het leven gebracht, een grote psychische schok bij hem teweeg had gebracht en het beeld van deze confrontatie op zijn netvlies stond gegrift. De benadeelde partij had na dit voorval een behandeling ondergaan bij een GGZ-instelling en heeft volgens een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige moeten verhuizen omdat de herinneringsbeelden hem te veel werden. Het hof oordeelde dat de foto’s van de plaats delict schokkend waren en wees wederom de vordering tot vergoeding van shockschade toe en oordeelde dat geen nadere psychologische of psychiatrische rapportage nodig was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende blijk had gegeven te hebben onderzocht of aan de vereisten van het Taxibus-arrest [9] was voldaan.
Materiële schade
Het vierde middel
vierde middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is geschonden.