ECLI:NL:HR:2009:BG8962
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring verkrachting
Op 3 maart 2009 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 27 juni 2006. De zaak betreft een verkrachtingszaak waarbij de verdachte werd veroordeeld voor het met geweld dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte het slachtoffer heeft vastgepakt, vastgehouden, bovenop haar is gaan liggen en haar benen uit elkaar heeft gedaan. Dit onderdeel van de bewezenverklaring voldoet niet aan de eis van voldoende motivering zoals vereist door de wet.
Daarnaast wees de Hoge Raad klachten over het ontbreken van een vermelding in het proces-verbaal dat het slachtoffer haar zoontje op schoot had, en over een niet-bestaand aanhoudingsverzoek, af. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door vice-president Koster als voorzitter, met raadsheren Ilsink en Groos, en uitgesproken op 3 maart 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting.