Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat het hof het proces-verbaal van verhoor van de verdachte als bewijsmiddel 4 voor het bewijs heeft gebruikt, zulks terwijl de verklaring van de verdachte daarin onjuist is gerelateerd.
er sessies. Hij is als hulpverlener, toen ik zwak was, ver over mijn grenzen heen gegaan.
dus weer massage met olie en drukpunten. (...) Van boven naar beneden. Hoofd, schedel, nek, schouders en borst. Eerst een soort van algeheel. Toen ik me omdraaide,
hing mijn boxershort zo laag dat mijn schaamstreek te zien was. Het moet te zien zijn dat ik een erectie had. Het schaamhaar was te zien.
maar daar heeft hij niets van gehoord. Ik heb dat niet gezegd. Net als het moment van het omdraaien en dat hij die erectie gezien moet hebben, was er ook nu geen reactie van hem. Toen hij bezig was met mij had hij wel een handdoek over mijn heen gelegd, dat ik het wat warmer had. Ik kwam klaar en het was 'nat' van het sperma op mijn buik. Hij pakte toen een kleiner handdoekje en maakte razendsnel, zonder dat ik het opmerkte bijna, het weer weg. Daarom kan ik die wasmand ook omschrijven die naast de behandeltafel stond. Die was niet leeg.
Toen dacht ik: 'oh, dat heb je gedaan'. (...) Ik kon het wel koppelen aan de behandeling. Het betasten van de piemel, balzak, alles wat hij deed. (...)
Hij deed een testje vooraf. Hij vroeg niet hoe de twee weken waren geweest. Hij deed een testje met een soort pen met een kistje er aan. Het moest dan tegen je vingertoppen en dan sloeg een soort van metertje uit. Hij deed dat bij alle vingertoppen. Ik vroeg: "En?"
Nee, was allemaal goed zei hij. Ik ging liggen op de behandeltafel met mijn kleren aan. De behandeling was nagenoeg hetzelfde. Masseren, drukpunten. Tot in mijn liezen, hij raakte mijn scrotum weer aan, tegen mijn penis. Ik raakte weer opgewonden, met kleren aan. Hij legde weer de platte hand in mijn kruis.
A: Er gebeurde er niets vreemd. Hij drukte om mijn rug. Duwde daar op. Niets anders dan een fysio of masseur ook zou doen. Alleen het laatste stukje is vreemd. Toen ik mijn buik lag begon hij over de liezen. Ik moest mij daarna omdraaien. Toen ik op de rug lag, zat mijn onderbroek dus halverwege. Hij zei toen dat het in de liezen vast zou zitten. De aanhechting op het schaambeen. Het was allemaal rond de schaamstreek, rond mijn penis. Achteraf valt dat het meest op. Toen hij over de liezen begon, trok hij mijn onderbroek helemaal uit. Hij begon toen de drukken en dan kom je van het één in het ander. (...)
als verklaring van [betrokkene 3]:
als verklaring van [betrokkene 4]:
Bewijsoverweging
tweede middelvalt in twee klachten uiteen. De eerste klacht houdt in dat de bewijsmiddelen, in het bijzonder het schakelbewijs dat de aangifteverklaring zou moeten ondersteunen, de bewezenverklaring niet kunnen dragen. Volgens de tweede klacht zou het hof in strijd met het bepaalde in art. 359, tweede lid, Sv niet in het bijzonder de redenen hebben opgegeven op grond waarvan het is afgeweken van het uitdrukkelijk door de verdediging onderbouwde standpunt dat er in dit geval voor het bewijs geen gebruik zou mogen worden gemaakt van het bewijshulpmiddel schakelbewijs omdat de te schakelen verklaringen op essentiële punten niet overeenkomen
modus operandigeen overeenkomst kent omdat uit de verklaring van de aangever nadrukkelijk blijkt dat er geen aftrekkende bewegingen zijn gemaakt die hebben geleid tot een ejaculatie, terwijl uit het gebezigde steunbewijs juist volgt dat hiervan bij de getuigen [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] wel sprake is.
derde middelklaagt dat het hof in strijd met het bepaalde in art. 359, tweede lid, Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven op grond waarvan het is afgeweken van het uitdrukkelijk door de verdediging onderbouwde standpunt dat de verklaring van de aangever niet betrouwbaar is (en daarom niet tot het bewijs mag worden gebruikt), omdat er sprake is van zogenoemde ‘hervonden herinneringen’.
Overtuigend bewijs
bijlage 1).
blz. 3 van het pv van verhoor getuige d.d. 28 juni 2019).
tothet moment van het openbaar maken van zijn beschuldigingen omstreeks juni 2016, aangever zijn ervaringen nooit met zijn psycholoog heeft besproken. Dit terwijl hij vanaf de vermeende ontuchtige handelingen tot aan de openbaarmaking, onder behandeling stond. De raadsheer-commissaris bevraagt aangever hierover dan ook specifiek en stelt (zie
blz. 7 van het pv van verhoor getuige d.d. 28 juni 2019):
blz. 20 en blz. 43 van het dossier).
het pv van bevindingen d.d. 21 januari 2020:
uh dacht gadverdamme, het kwam eigenlijk letterlijk kwam het naar bovenik heb er ook echt maanden, misschien wel jaren niet aan gedacht dat ik het echt niet meer weetmaar het kwam, op dat soort momenten kwam het naar boven en dat maakte me angstig en paniekerig, mijn eerste reactie was uh een hele normaal gesproken he? Oprotten en terug naar binnen en, maar ik merkte dat dat lastig was en ik merkte dat ik vaker dromen kreeg,"
blz. 6 van het pv van verhoor getuige d.d. 28 juni 2019):
Ik merkte dat ik er twee jaar lang niet aan had gedacht. Ik had het er ook niet met de psycholoog over gehad."
blz. 8 van het dossier), waarna aangever op 15 november 2016 aangifte heeft gedaan (zie
blz. 11 van het dossier). In de tussengelegen periode is aangever ook nog eens psychologisch behandeld voor PTSS (zie
blz. 26 van het dossier).
Hervonden herinneringen'We spreken van een hervonden herinnering als iemand aangeeft dat hij in het verleden een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt met een belangrijke persoonlijke betekenis, dat hij zich dit enkele jaren in het geheel niet heeft kunnen herinneren, maar dat de herinnering daarna geheel of gedeeltelijk toegankelijk is geworden en (nu) door hem als authentiek en betrouwbaar wordt ervaren' (Gezondheidsraad, 2004). Het hervinden van de herinneringen kan plaatsvinden in therapie, maar ook daarbuiten. De Gezondheidsraad plaatst kanttekeningen bij het fenomeen hervonden herinneringen en wijst er op dat traumatische gebeurtenissen in het algemeen juist beter worden herinnerd. De hervonden herinneringen zouden eerder fictieve herinneringen zijn, 'autobiografische herinneringen aan gebeurtenissen die men niet heeft meegemaakt' (Gezondheidsraad, 2004). Fictieve herinneringen kunnen makkelijker ontstaan wanneer sprake is van een combinatie van persoonlijkheidskenmerken c.q. psychische stoornissen en suggestieve beïnvloeding door een belangrijk persoon (bijvoorbeeld een therapeut of andere vertrouwenspersoon).
Vis hier geboden nu het aannemelijk is, dat hier sprake is van hervonden herinneringen!
(…)
Reden waaromik u hem verzoek vrij te spreken van het tenlastegelegde.”
vierde middelkomt op tegen de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden.
NJ2020/409, m.nt. Ten Voorde ten aanzien van deze vervangende hechtenis heeft overwogen, is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.