ECLI:NL:PHR:2021:383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gelijktijdige maar niet-gevoegde behandeling in strafzaak over diefstal
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen tot een gevangenisstraf van vier weken. In hoger beroep klaagde de verdachte dat het hof de zaak gelijktijdig maar niet gevoegd behandelde met die van een medeverdachte, wat volgens hem strijdig was met de wet en de procesorde, en tot nietigheid van het onderzoek en arrest moest leiden.
Het proces-verbaal van de terechtzitting vermeldde dat relevante gebeurtenissen uit de zaak van de medeverdachte werden gerelateerd, maar dat de medeverdachte niet als getuige was beëdigd in de zaak van de verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat verklaringen van de medeverdachte in zijn eigen zaak niet automatisch gelden voor de zaak van de verdachte en dat gelijktijdige behandeling niet gelijkstaat aan voeging. Het hof had bovendien de medeverdachte als getuige laten horen via de raadsheer-commissaris, en alleen die verklaring voor bewijs gebruikt.
De Hoge Raad stelde dat de werkwijze van het hof geen nietigheid oplevert, ook al kan het risico bestaan dat onduidelijkheid ontstaat over wat in welke zaak is voorgevallen. De verdachte was niet geschaad, en het proces-verbaal van de medeverdachte was aan het dossier toegevoegd. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vier weken gevangenisstraf blijft gehandhaafd.