ECLI:NL:HR:2009:BG9964
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot herhaald getuigenverhoor en vermindert taakstraf wegens termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin een verzoek tot het opnieuw horen van een getuige werd afgewezen. De getuige was reeds eerder gehoord door de rechter-commissaris in aanwezigheid van de raadsvrouw van de verdachte. De verdediging beriep zich op een nieuw emailbericht waarin de getuige zijn eerdere verklaring herroept.
Het hof oordeelde dat het herhaald horen van de getuige niet noodzakelijk was, omdat de eerdere verklaringen en het emailbericht onvoldoende aanleiding boden om het getuigenverzoek toe te wijzen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel als niet onbegrijpelijk en handhaafde de maatstaf dat de noodzaak van het verzochte moet blijken volgens de artikelen 315, 328 en 415 Sv.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 naar 190 uren en de vervangende hechtenis van 100 naar 95 dagen. De overige middelen van cassatie werden verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 12 mei 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot herhaald horen van de getuige werd afgewezen en de taakstraf werd ambtshalve verminderd wegens termijnoverschrijding.