ECLI:NL:HR:2009:BH1784
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onbegrijpelijke strafbepaling bij treinreizen zonder geldig vervoerbewijs
De verdachte werd veroordeeld voor het zonder geldig vervoerbewijs reizen met de trein op twee verschillende trajecten. Het hof legde hem voor elk feit een hechtenisstraf van zeven weken op, waarvan één straf met een proeftijd werd opgelegd.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte rekening had gehouden met vier ad informandum gevoegde feiten, omdat de verdachte deze niet ter terechtzitting had erkend. Volgens vaste rechtspraak mag een rechter alleen rekening houden met dergelijke feiten indien de verdachte deze ter zitting heeft erkend of aan strikte voorwaarden is voldaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging voor het eerste feit en verminderde de opgelegde hechtenis van zeven naar zes weken. De zaak werd niet terugverwezen maar door de Hoge Raad zelf afgedaan wegens doelmatigheid. De redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en begrijpelijke motivering bij strafoplegging en de strikte voorwaarden voor het betrekken van ad informandum gevoegde feiten bij de strafbepaling.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde hechtenis van zeven naar zes weken en vernietigt de strafoplegging voor het eerste feit wegens onbegrijpelijkheid.