ECLI:NL:HR:2009:BH2429
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijsopgave
De aanvrager is door de Politierechter veroordeeld wegens medeplegen en bezit van een valse waardekaart, met een werkstraf van tachtig uur of veertig dagen hechtenis. Hij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van een nieuw feitelijk element, namelijk een getuige die zou verklaren dat hij degene was die destijds werd aangehouden.
De Hoge Raad oordeelt dat een herzieningsverzoek niet kan volstaan met een enkele bewering zonder onderliggende bewijsstukken. De aanvrager moet aannemelijk maken dat de oorspronkelijke rechter bij kennisname van het novum tot een vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid van het OM of toepassing van een minder zware strafbepaling zou zijn gekomen.
De enkele verklaring dat een getuige bereid is te verklaren, zonder schriftelijke verklaring of bewijsstukken, voldoet niet aan de vereisten van artikel 459 Sv Pro. Ook is niet toegelicht waarom geen schriftelijke verklaring kon worden overgelegd.
Daarom verklaart de Hoge Raad het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk en handhaaft het eerdere vonnis. Dit arrest benadrukt de strenge bewijsopgave die vereist is bij herzieningsverzoeken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende bewijsopgave.