ECLI:NL:HR:2009:BH5418
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens opheffing ongewenstverklaring met terugwerkende kracht
De aanvrager was meerdere malen veroordeeld wegens het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Deze veroordelingen betroffen gevangenisstraffen opgelegd door de Politierechter en bevestigd door het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 3 augustus 2007 heeft de Staatssecretaris van Justitie de ongewenstverklaring van de aanvrager met terugwerkende kracht per 28 november 2002 opgeheven, omdat was vastgesteld dat de aanvrager de Italiaanse nationaliteit bezit en daarmee EU-onderdaan is. Dit betekende dat de grondslag voor de eerdere veroordelingen ontbrak.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering, aanleiding geeft tot herziening van de eerdere veroordelingen. De Hoge Raad verklaart de aanvragen tot herziening gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de eerdere vonnissen en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsverzoeken gegrond en verwijst de zaak voor herbehandeling naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.