Conclusie
Nummer22/03203
Inleiding
Beschrijving van de zaak
Toetsing door de strafrechter van bestuursrechtelijke besluiten
Vrijspraak
Vragen over de formele rechtskracht in het strafrecht
Ontstaan en achtergrond van het beginsel van formele rechtskracht
Relevante rechtspraak van de strafrechter
Zelfstandig onderzoek van de rechtmatigheid in het strafrecht
een krachtens deze wetverleende vergunning of ontheffing” (cursivering toegevoegd, MvW).
NJ1995/407, oordeelde de Hoge Raad O(over de voorganger van art. 9 lid 2 WVW Pro 1994) niettemin dat “[i]ndien (…) een ongeldigverklaring (…) naar aanleiding van een administratiefrechtelijke procedure alsnog is ingetrokken of herzien (…) zulks in beginsel mee[brengt] dat achteraf moet worden geoordeeld dat die ongeldigverklaring nimmer heeft gegolden”. Dit wordt bevestigd in HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1146, rov. 2.4.2: “[w]el kan een geslaagd bezwaar of beroep meebrengen dat achteraf bezien de ongeldigverklaring nooit heeft gegolden.” [36] Over de vraag in hoeverre de rechtmatigheid van het besluit door de strafrechter zelfstandig moet worden onderzocht, laat deze rechtspraak zich niet uit.
(i) of het besluit is genomen door een daartoe (via attributie, delegatie of mandaat) bevoegd orgaan;
(ii) of de met het besluit beoogde rechtsgevolgen zijn voorzien in de wet, dus bijvoorbeeld of de wet de oplegging van een gebiedsverbod voor een bepaalde duur wel mogelijk maakt;
NJ1991/423. In die zaak oordeelde de Hoge Raad dat het hof de in art. 184 Sr Pro voorkomende woorden ‘krachtens wettelijk voorschrift’ aldus had verstaan dat van een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel slechts sprake kan zijn indien dit bevel is gegeven in overeenstemming met een op dat voorschrift berustende bevoegdheid en dat het daarmee geen blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. [45]
verbod. De uitzondering op een wettelijk
gebodheet dan een vrijstelling. Volgens Schlössels e.a. is het mogelijk ‘vergunning’ ook in ruime zin op te vatten als overheidstoestemming om iets te doen wat anders verboden is. Daaronder zouden bijvoorbeeld ook certificeringen, opname in een register, diploma’s met civiel effect en bepaalde benoemingsvereisten kunnen worden begrepen. [61]
Beoordeling van de zaak die in cassatie voorligt
Voor het verkrijgen van deze vergunningen zijn bepaalde voorwaarden gesteld, zoals bij het rijbewijs een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid. Zo bezien ligt het voor de hand dat, als na het verkrijgen van een rijbewijs de bezitter blijk geeft niet meer aan deze voorwaarden te voldoen, het rijbewijs ongeldig kan worden verklaard: de rijvergunning wordt dan ingetrokken.”