ECLI:NL:HR:2009:BH6533
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten huishoudelijke hulp na overlijden echtgenote in aansprakelijkheidsrecht
De zaak betreft een geschil over schadevergoeding wegens gederfd levensonderhoud en kosten voor huishoudelijke hulp na het overlijden van de echtgenote van verweerder door een aanrijding.
De rechtbank Dordrecht kende een bedrag toe voor de kosten van huishoudelijke hulp die verweerder na het overlijden moest inroepen. Het hof Den Haag vernietigde dit vonnis en stelde een lager bedrag vast, waarbij het oordeelde dat vergoeding niet afhankelijk is van behoeftigheid maar van daadwerkelijke noodzaak.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat vergoeding van huishoudelijke hulp niet afhankelijk is van de behoeftigheid van de nabestaande, zoals eerder bepaald in een arrest van 11 juli 2008. De zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelt verweerder in de kosten van het cassatiegeding. De zaak behandelt de uitleg van artikel 6:108 lid 1 onder Pro d BW en de abstracte schadeberekening bij vergoeding van huishoudelijke hulp na overlijden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.