Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
3.Het tweede middel
Vordering van de benadeelde partij [A] B.V. (vertegenwoordigd door [betrokkene] )
Rechtspersoon
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van diefstal uit een vrachtwagen in Liempde op 14-15 januari 2020. Het hof legde een gevangenisstraf van 26 weken op en kende een schadevergoedingsmaatregel toe ten behoeve van de benadeelde partij [A] B.V. De verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel over medeplegen en de schadevergoeding.
Het hof baseerde het medeplegen op bewijsmiddelen waaronder een achtervolging na een stopteken, vondst van inbrekerswerktuigen in een bestelbus met vals kenteken, en een verklaring van een medeverdachte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het medeplegen voldoende en begrijpelijk heeft bewezen en gemotiveerd, en wijst het middel af.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelde de verdachte dat de benadeelde partij niet ontvankelijk was omdat de vertegenwoordiger niet bevoegd was. De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de vertegenwoordiger bevoegd was, gelet op het uittreksel Kamer van Koophandel en de beperkte bewijsvoering. Dit middel slaagt, maar tast de schadevergoedingsmaatregel niet aan omdat de materiële toewijzing wel juist was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof alleen voor wat betreft de strafmaat en vermindert de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf wordt verminderd wegens termijnoverschrijding, de veroordeling voor medeplegen blijft in stand en de schadevergoedingsmaatregel wordt gehandhaafd.