ECLI:NL:HR:2009:BI3873
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt afwijzing getuigenverzoek
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof ten onrechte het verzoek van de verdediging tot het horen van mr. M.J.C. van Kamp als getuige had afgewezen. De verdediging wilde hem horen om te achterhalen of er een ontoelaatbare toezegging was gedaan aan een kroongetuige, wat volgens hen in strijd was met de Tijdelijke Aanwijzing. Het hof had het verzoek deels toegewezen door schriftelijke vragen via de rechter-commissaris toe te staan, maar het latere verzoek tot mondeling horen werd afgewezen omdat het niet noodzakelijk werd geacht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had gehanteerd en het oordeel toereikend en begrijpelijk had gemotiveerd. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van elf jaar naar tien jaar en zes maanden.
De overige middelen werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot cassatie. De Hoge Raad vernietigde de straf uitsluitend voor wat betreft de duur en bevestigde het overige vonnis. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 8 september 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot tien jaar en zes maanden en het verzoek tot het horen van de getuige wordt terecht afgewezen.