ECLI:NL:PHR:2014:1684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest en wijst schadevergoeding toe aan benadeelde partij na geweldpleging met verfbommen
Op 29 maart 2007 werden panden in Amsterdam ontruimd waaruit verfbommen werden gegooid naar politie en ME. Verdachte en medeverdachten werden aangehouden en veroordeeld door het hof Amsterdam voor openlijke geweldpleging en medeplegen van vernieling. Het hof legde gevangenisstraf en schadevergoedingsmaatregelen op.
De verdediging stelde onder meer dat niet alle beeldopnamen waren overgelegd, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, en betwistte de bewezenverklaring en schadevergoedingen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijskracht en motivering van het bewezenverklaarde niet onbegrijpelijk had vastgesteld en dat de verdediging niet in haar verdedigingsrechten was geschaad.
De Hoge Raad gaf echter aan dat het hof ten onrechte een benadeelde partij ontvankelijk had verklaard die schade aan haar auto had geleden, omdat deze schade niet in de tenlastelegging was opgenomen en niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 361 lid 2 onder Pro b Sv. Ook had het hof de vervangingskosten van ME-uniformen ten onrechte gelijkgesteld aan reinigingskosten. Verder werd de overschrijding van termijnen in cassatie besproken, zonder dat dit tot strafvermindering leidde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening, waarbij de genoemde punten in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.