ECLI:NL:HR:2009:BI5906
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nakoming opgaveverplichting buitenlandse bankrekeningen onder art. 47 AWR toegestaan via civiele weg
De Staat heeft in kort geding gevorderd dat eiser binnen zeven dagen na het vonnis opgave doet van zijn buitenlandse bankrekeningen over de periode 1995-2005, op straffe van een dwangsom. Eiser heeft dit bestreden. Zowel de voorzieningenrechter als het gerechtshof hebben de vordering van de Staat toegewezen en bekrachtigd.
In cassatie stelt eiser dat het afdwingen van de opgave via de civiele weg de publiekrechtelijke regeling doorkruist en dat het nemo-tenetur-beginsel wordt geschonden omdat hij gedwongen zou worden zichzelf te incrimineren. De Hoge Raad oordeelt dat de civiele weg niet wordt uitgesloten en dat de publiekrechtelijke weg niet toereikend is om nakoming af te dwingen. De civiele dwangsom is een passend middel om nakoming van de wettelijke verplichting te bewerkstelligen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het nemo-tenetur-beginsel niet wordt geschonden omdat de gegevens worden gevraagd voor een juiste belastingheffing en niet primair voor strafvervolging of bestuurlijke boeteoplegging. De vraag over eventueel later gebruik van de gegevens in strafprocedures is niet aan de orde in deze civiele procedure.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van eiser en veroordeelt hem in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Belastingdienst via civiele weg nakoming van de opgaveverplichting kan afdwingen zonder schending van het nemo-tenetur-beginsel.