ECLI:NL:HR:2009:BI7190
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping vordering wegens verjaring bij onrechtmatige overheidsdaad en strafrechtelijk beslag
Eiser werd veroordeeld wegens handel in cocaïne en heroïne, waarbij beslag werd gelegd op contant geld en bankrekeningen. Na onherroepelijke veroordeling heeft eiser gevorderd dat de Staat hem een bedrag van € 315.140,15 betaalt wegens onrechtmatige overheidsdaad omdat de in beslag genomen gelden niet werden teruggegeven.
De rechtbank wees de vordering af omdat eiser niet de juiste procedure had gevolgd, en het hof bekrachtigde dit oordeel op basis van verjaring. Eiser stelde dat de verjaringstermijn verlengd moest worden omdat de Staat niet had vermeld wat er met het geld was gebeurd, en dat diverse brieven aan de procureur-generaal als stuitingshandeling moesten gelden.
De Hoge Raad oordeelde dat het verweer van eiser faalt omdat uit de correspondentie blijkt dat de Staat niet opzettelijk informatie heeft achtergehouden. Ook is de brief van 13 oktober 1998 niet voldoende om de verjaring te stuiten, en andere brieven zijn niet relevant voor de verjaringstermijn. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de afwijzing van de vordering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering wegens verjaring.