ECLI:NL:HR:2009:BI9625
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping pensioenverweer bij echtscheiding en afdracht pensioenrechten
De man verzocht bij de rechtbank Amsterdam om echtscheiding van partijen uit te spreken met nevenvoorzieningen. De vrouw vreesde dat door de echtscheiding haar vooruitzichten op nabestaandenpensioen en andere uitkeringen zouden teloorgaan of ernstig verminderen. Zij stelde voorwaardelijk dat de echtscheiding slechts mocht worden uitgesproken als de man kon bewijzen dat haar pensioenrechten niet zouden verminderen, dan wel dat hij een billijke voorziening had getroffen.
De rechtbank sprak de echtscheiding uit en veroordeelde de man tot afdracht van de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten aan een door de vrouw aan te wijzen verzekeraar. De vrouw ging in hoger beroep, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde de beschikking.
De vrouw stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hof, terwijl de man voorwaardelijk incidenteel beroep instelde. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw geen aanleiding geven tot cassatie en verwierp het beroep. Het voorwaardelijk incidentele beroep van de man kwam daardoor niet aan de orde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de man wordt veroordeeld tot afdracht van pensioenrechten.