ECLI:NL:HR:2009:BJ1975
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorraadwaardering en subsidie in vennootschapsbelasting bij groenvoederdrogerij
Belanghebbende, een bedrijf dat zich bezighoudt met het kunstmatig drogen en verhandelen van groenvoedergewassen, kreeg voor het jaar 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd. Het geschil betrof de vraag of bij de waardering van voorraden de mogelijke subsidies op gedroogde voedergewassen in aanmerking genomen moeten worden.
Het Hof oordeelde dat de subsidiebedragen die belanghebbende aan haar leveranciers betaalt, onderdeel zijn van de kostprijs van de voorraad, omdat deze uitgaven bepaaldelijk door het productieproces worden opgeroepen. Het niet meenemen van de subsidie bij de marktwaardebepaling zou in strijd zijn met het matchingsbeginsel.
Belanghebbende stelde in cassatie dat zij slechts een doorgeefluik is en dat de subsidies aan producenten niet tot de kostprijs behoren. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en oordeelde dat het waarderingsstelsel van belanghebbende niet in overeenstemming is met goed koopmansgebruik, omdat het leidt tot het nemen van verliezen zonder rekening te houden met de subsidievordering. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.