ECLI:NL:HR:2009:BJ2668

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03691
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM)
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over voorschotbetaling schadevergoeding na verkeersongeval

Eiser heeft Fortis ASR Schadeverzekering in kort geding gedagvaard voor betaling van een voorschot op schadevergoeding na een verkeersongeval. De voorzieningenrechter wees een voorschot toe van € 25.000. Fortis ging in hoger beroep, dat het hof in Amsterdam behandelde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees het incidenteel beroep van eiser af.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Fortis nihil werden begroot. De uitspraak betreft de toepassing van het causale verband en de bewijslast in het kader van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) bij voorschotbetalingen in verzekeringszaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over de voorschotbetaling.

Uitspraak

9 oktober 2009
Eerste Kamer
08/03691
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
FORTIS ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Fortis.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 22 juni 2007 Fortis in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Fortis te veroordelen aan [eiser] een voorschot op de schadevergoeding te betalen ten bedrage van € 42.500,--, met rente; de kosten van een arbeidsdeskundige te vergoeden en een deugdelijke fiscale garantie te verstrekken.
Fortis heeft de vordering bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 20 juli 2007 Fortis veroordeeld aan [eiser] een bedrag van € 25.000,-- als voorschot op de schadevergoeding te betalen.
Tegen dit vonnis van de voorzieningenrechter heeft Fortis hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft incidenteel beroep ingesteld. Na vermeerdering van eis in hoger beroep heeft [eiser] gevorderd Fortis te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 106.022,--.
Bij arrest van 29 april 2008 heeft het hof, in principaal appel, het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd, met verbetering van gronden. In het incidenteel appel heeft het hof het beroep van [eiser] verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Fortis is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep
De advocaat van [eiser] heeft op 12 augustus 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fortis begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.