ECLI:NL:HR:2009:BJ3044
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig door procureur ingediend in faillissementsprocedure
In deze zaak is verzoeker bij vonnis van 15 maart 2006 in staat van faillissement verklaard. De rechter-commissaris besloot op 28 juli 2008 dat een levensverzekering van verzoeker door de curator mocht worden afgekocht. Verzoeker kwam in beroep, maar diende dit niet door een procureur in, terwijl dit wel wettelijk vereist is. Hij gaf aan het verzuim binnen een week te zullen herstellen, maar het beroep door een procureur werd pas op 19 augustus 2008 ingediend, na het verstrijken van de beroepstermijn.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen beide beschikkingen. Verzoeker stelde in cassatie dat de rechtbank had moeten bepalen dat hij een termijn kreeg om het verzuim te herstellen op grond van art. 281 lid 1 Rv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet nodig was omdat verzoeker zelf had aangegeven binnen welke termijn hij het verzuim zou herstellen. De rechtbank mocht daarom aannemen dat geen langere termijn nodig was.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het beroep tegen de beschikking van 12 september 2008 niet-ontvankelijk was omdat deze beschikking materieel dezelfde inhoud had als de eerdere beschikking, waardoor verzoeker geen belang had bij het beroep.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van verzoekers beroepen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig door een procureur indienen en het niet binnen de gestelde termijn herstellen van het verzuim.