ECLI:NL:PHR:2009:BK1605
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep advocaat tegen uitspraak Hof van Discipline
In deze zaak richtte een advocaat zich met een cassatieberoep tegen een beslissing van het Hof van Discipline, de tuchtrechtelijke appelinstantie voor advocaten. Volgens artikel 46 van Pro de Advocatenwet oordeelt het Hof van Discipline in hoogste ressort, waardoor cassatieberoep tegen zijn beslissingen uitgesloten is.
Het cassatieberoep was aanvankelijk niet door een advocaat bij de Hoge Raad ondertekend, een verzuim dat pas na de cassatietermijn werd hersteld. Dit was echter niet doorslaggevend omdat het cassatieberoep op grond van de uitsluiting van cassatieberoep tegen het Hof van Discipline niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om op de inhoudelijke gronden van het cassatieberoep in te gaan en bevestigde de eerdere beschikking van 25 september 2009 waarin de verzoeker reeds niet-ontvankelijk was verklaard. De conclusie was dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is en daarmee niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de advocaat tegen de beslissing van het Hof van Discipline is niet-ontvankelijk verklaard.